Het is een hele opgave voor mij om elke dag een blog te schrijven over wat er die dag gebeurd is. Soms had ik er gewoon geen zin meer in na een inspannende dag van fietsen en daarna nog je tent opzetten, je fiets onderhouden, douchen als er een douche is, soep en brood eten, je zaken voor de volgende dag regelen en dan al gauw weer eten (rond zessen) en naar bed zodra het donker wordt (zo rond 8 uur). Soms heb ik ook het gevoel dat ik niets te vertellen heb over de dag, weer rechte wegen, weer prachtige omgeving, dan laat ik het er maar bij. Gek genoeg is het later, en dat is soms al na een paar dagen, moeilijk exact te herinneren in welke volgorde dingen gebeurden en waar het exact was. Gelukkig kan ik mijn er meestal wel toe zetten om een verhaaltje te schrijven of aantekeningen te maken in mijn aantekenboekje. Helaas kan ik maar zelden de toon vinden die ik wil, nl. die van de beschrijving van een persoonlijke ervaring. Ik blijf mijn best doen.

Sinds het laatste blog van 17-4 hebben we vele km in Botswana afgelegd over goede rechte wegen, zonder veel “excitement”. Op 20 april hadden we een rustdag in Maun in de Okavango delta. Dit is de delta van een rivier die niet in zee uitkomt, maar zich gewoon over een enorm gebied verspreidt, waaruit het water door verdamping verdwijnt. Een prachtig natuurgebied waar we op onze vrije dag met Mokoro’s (traditionele kano’s die uit boomstammen gehakt zijn) door heen zijn geweest.

Makoros the Okavanga Delta

De mokoro heeft plaats voor 2 passagiers en de “schipper” boomt de mokoro door het natuurgebied. We waren met een groepje van ongeveer 6 mokoro’s met schippers met bijzondere namen zoals Shoes, Life en Rasta. Aardige jongens. De foto’s geven een indruk van het gebied.

Vandaag, dinsdag 22 april, zijn we vanuit een bushcamp naar Ghansi vertrokken, 145 km. Niet recht en vlak zoals in de voorgaande dagen, maar heuvelachtig en bochtig. Bij het vertrek in de vroege morgen was het ijskoud. IJs op het zadel, ijskoude handen en voeten. Het duurde een paar uur voordat de zon voldoende kracht kreeg om mij op te warmen. We ploeteren door de tegenwind in groepjes. Dat scheelt enorm, maar uiteindelijk ging het me te langzaam en ben ik met een medetourlid tot aan de lunch vooruit gereden. Na de lunch reed ik weer met Ton in een flink tempo, we houden elkaar afwisselend uit de wind. Bij een bordje D’kar 1 km (van de weg af) zijn we zo nieuwsgierig dat we het gehucht opzoeken. Het is niet meer dan een kruizing van wegen met een winkeltje en een museumpje van de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, die zich San noemen. Het zijn “bushmen” die vooral leefden van jacht in harmonie met de natuur. Erg leuk. We zien vele San in deze omgeving. Gelig bruine huid en gezichten die meer aan eskimo’s doen denken dan aan negroide mensen. We zijn er getuige van dat er voedsel onder de plaatselijke arme bevolking wordt uitgedeeld. Stapeltjes met aardappelen, rijst enz. Er is niet veel te doen in deze omgeving.

On safari in the Okavanga Delta