Vandaag heb ik meer km op een dag gefietst dan ooit te voren in mijn leven, 207 km. Dat getal bepaalt de dag al voordat hij begonnen is. Hoewel we langzamerhand heel wat gewend zijn zet het een extra druk op iedereen. Al een dag van te voren wordt er druk gespeculeerd over het weer en de omstandigheden. Met ontzag wordt er gekeken naar de dag van morgen. Wat voor wind? Wat voor omstandigheden? Hopelijk zullen we geen oponthoud hebben door lekke banden oid. we willen beslist voordonker aankomen. Ik sprak met Ton af om al om half zeven weg te gaan in plaats van na zevenen.
We vertrokken toch veel later dan we hoopten. Om even voor zevenen vertrokken we met z’n driee vanuit Ghansi. IJkoud, 4 graden, ijs op het zadel van de fiets, ijskoude handen en voeten. We besloten om het de eerste uren vrij rustig aan te doen, een mooi constant tempo van 27 km per uur, ieder afwisselend op kop. Ik had er niet op gerekend dat het zo koud zou zijn en had mijn handschoenen achter gelaten in mijn “permanent bag” boven op de truck. Om mijn vingers niet helemaal te laten bevriezen blies ik regelmatig in mijn handen. Het duurde meer dan een uur voordat de zon ervoor zorgde dat het bloed lekker door mijn handen en voeten begon te stromen. Na een klein uurtje haalden we een ander groepje van 5 rijders in en tezamen hebben we de afstand afgelegd. Door de goede samenwerking konden we meestal zo’n 30 km per uur rijden. Om ongeveer 4 uur ’smiddags gingen we bij Mamuno de grens met Namibie over. Een efficiente grensovergang, geen lange rijen voor (ogenschijnlijk) nutteloze stempels. Formuliertje invullen (die overigens voor alle grensovergangen dezelfde vragen stellen met vakjes die of veel te groot zijn, of veel te klein), stempeltje en gaan. Kort daarna bereikten we ons kamp in Buitenpos, een fantastisch schone en goed georganiseerde camping. Je kunt meteen al zien dat hier een “German connection” is. Gelukkig hadden we het grootste deel van de dag een lichte meewind, zodat mijn achterste maar 7 uur door het zadel geteisterd werd.








