Bij de grensovergang van Botswana naar Namibie hebben we weer een extra uurtje gekregen en zijn we weer in dezelfde tijdzone gekomen als Nederland. Dat betekent dat het ’s-ochtends niet meer zo koud is als in Botswana. Toen we vanochtend vertrokken stond de zon al zo hoog dat we geen koude handen meer kregen. Ook dit deel van Namibie is erg dun bevolkt, dus weinig opwindende dingen langs de weg, geen Coke stops. “Rolling hills”, zacht windje mee, lunch op 70 km, geen olifanten of ander wild. Eindelijk na 110 km de eerste stad, Gobabis. Dit is zo’n stadje dat je ergens in het westen van de VS, of Australie verwacht. Een brede straat met een paar kerken, enkele banken, winkels, een benzinestation en een restaurant. Alle faciliteiten in de middle of nowhere. Werkelijk een verademing na 110 km asfalt. Ik had verwacht dat alle opschriften hier wel in het Duits zouden zijn, maar alles is in het afrikaans (voor ons vaak erg grappig) en engels. Afrikaans is hier de voertaal, engels de tweede taal. Ik heb hier ook mijn duits geprobeerd en dat werkte ook. In het plaatselijke restaurant hebben we ons tegoed gedaan aan flike maaltijden voor lage prijzen (de Namibische Dollar is evenveel waard als de Zuid Afrikaanse Rand, je krijgt er 12 voor een Euro).
Hierna reden we het stadje door en namen de B6 richting Windhoek. Na 160 km komen we op onze camping in Witvlei aan. Weer een (voormalige) nederlander als eigenaar, deze keer een Haagse Jan. Behalve de camping heeft hij ook een aantal kamers die hij verhuurt. Later die avond komt hij naar ons toe en vraagt of we een van zijn kamers willen huren. We zijn niet echt geinteresseerd omdat we onze tent al opgezet hadden. Maar hij blijft aandringen en laat ons uiteindelijk de kamer zien. Fantastisch, schoon, groot, nieuw en gezellig. Hoe kan je een aanbod van 200 Dollar voor 2 personen laten lopen?








